titel Kleuters mogen geen kleuters meer zijn
chapeau Enquête het Onderwijsblad: steeds meer prestatiedruk in groep 1/2 
nummer blad 19
datum blad 28-11-2009
auteur R Voorwinden 
rubriek Redactioneel

Kleuterjuffen zijn het zat. Ze komen in opstand tegen de Cito-toetsen, de handelingsplannen, de methoden en protocollen, tegen de toenemende prestatiedruk die op kleuters wordt gelegd. Dat blijkt uit een enquête van het Onderwijsblad. 'Als je kinderen te vroeg belast, krijgen ze juist een aversie tegen leren.'

'Ik maak mij grote zorgen over het onderwijs aan kleuters'. 'Er is zoveel verloren gegaan van het onderwijs aan kleuters: alleen de cognitieve ontwikkeling telt nu nog'. 'Pabo's laten kleuters stikken.'
Dat zijn zomaar drie reacties die het Onderwijsblad binnenkreeg op een oproep aan leraren die de Klos hebben gevolgd: de opleiding tot kleuterleidster. Deze school werd in de jaren tachtig opgeheven, het onderwijs werd ondergebracht bij de pabo.
Veel oud-Klossers staan nu nog voor de kleuterklas. En ze maken zich grote zorgen, zo blijkt uit een enquête van het Onderwijsblad. Van de ruim 350 Klossers die de enquête invulden, vindt 90 procent dat onderwijs aan kleuters te schools dreigt te worden.

Nieuwe letters
"Het onderwijs verzakelijkt teveel", zegt Carla Hopman, oud-Klosser. "Het speelse gaat eruit, het muzikale ook: alles wordt steeds meer prestatiegericht. Dat is doodzonde." Want leerlingen leren nieuwe letters volgens Hopman tien keer sneller op muziek of op rijm. “Muziek helpt om de stof te laten beklijven, om maar eens zo'n mooi woord van tegenwoordig te gebruiken. Dan gaan die nieuwe letters echt supersnel het geheugen in."
Een collega uit de hogere klassen vond dat Hopman meer klassikaal woordjes moest gaan oefenen met de kleuters. "Maar dat vinden de leerlingen al snel niet meer interessant. Kinderen leren auditief, visueel en door beweging: als je meerdere disciplines tegelijk bij hen aanspreekt, boek je veel meer resultaat."
"Spelen is leren", zegt kleuterjuf Margrita Druijf. Tenminste, dat leerde zij op de Klos, en dat blijkt in de praktijk te werken. "Maar tegenwoordig is iedereen steeds meer prestatiegericht. Vroeger hoefde je in de kleuterklas je naam nog niet te kunnen schrijven - dat leerde je wel in groep 3. Nu moeten de kleuters al vijftien letters kennen: de letters van hun naam en een paar andere erbij. Ik probeer het speels te houden, maar het is steeds meer: oefenen, oefenen, oefenen."
"Bij het doorstromen naar groep 3 gaat het niet alleen om het aantal letters dat de leerling kent", vult Klosser en kleuterjuf Mieke Arntz-Wieten aan. "Andere dingen zijn net zo belangrijk: voelt het kind zich vrij in de groep, heeft hij een goede werkhouding, kan hij samen spelen, kan hij groepswerkjes doen? Maar ouders zijn vooral trots als hun kleuter letters kent. Terwijl dat ook maar gewoon een trucje is."
"Niet de letters leren is belangrijk, maar het proces daar naartoe", vindt ook kleuterjuf en oud-Klosser Sytske Pruiksma. En die weg loopt bijvoorbeeld via puzzelen. "Puzzelen draait om visualiseren, om het herkennen van vormen. En dat is weer de basis van het lezen. Maar dat weten steeds minder mensen."

Tuttig
Door de aandacht voor prestaties en cognitief leren dreigen kleuters teveel belast te worden, vinden de Klossers. "Ik ben wel eens bang om voor oud en tuttig uitgemaakt te worden", zegt Hopman. "Maar ik blijf erop hameren dat het gewoon een kwestie is van ontwikkelingspsychologie: niet iedere kleuter is op hetzelfde moment aan iets toe. De ene kleuter kan aan de slag met letters, de andere niet. En als je leerlingen te vroeg belast, krijgen ze misschien juist wel een aversie tegen lezen."
"Je moet kinderen behoeden voor negatieve ervaringen bij het leren", vindt ook kleuterjuf Arntz. Maar zij ziet helaas dat het steeds minder geaccepteerd wordt als een ‘herfstkind’ een jaartje extra in de kleuterklas mag blijven. "Ik moet nu een handelingsplan opstellen als een herfstkind een extra kleuterjaar volgt. Dat is toch van de gekke? Wat is nu erger: een extra kleuterjaar of een leerling te vroeg naar groep 3 sturen? Zodat die leerling op zijn tenen moet lopen en extra hulp nodig heeft?"
Ook Druijf merkt dat er steeds meer druk is op het laten doorstromen van kleuters. "Maar het is toch je reinste kolder om kinderen naar groep 3 te sturen die daar nog niet aan toe zijn? Kinderen die bij wijze van spreken nog moeten nadenken als je vraagt hoe ze heten. Moet ik die naar groep 3 laten gaan, en dan zeggen 'succes ermee'? Dat is een belasting voor de leerkracht van groep 3 en een drama voor het kind. Want als iedereen in een klas iets kan en jij niet, word je daar alleen maar bang en onzeker van."

Lesmethoden
Langzaam maar zeker worden er steeds meer werkbladen en lesmethoden de kleuterklassen in geschoven. Meer dan de helft van de geënquêteerden gebruikt ze inmiddels. Maar bijna 60 procent van de ondervraagde Klossers vindt dat die werkbladen en methoden niet echt ten goede komen aan het onderwijs. En 65 procent van hen gebruikt ze alleen maar omdat het moet.
Op de school van Arntz bijvoorbeeld werd een aantal nieuwe methodes vanaf groep 1/2 ingevoerd. "Prima, en daar gebruiken wij in de kleuterklassen wel zaken uit, als bronnenboek. Maar we gaan niet dagelijks die methode volgen." Waarom eigenlijk niet? Er zal toch wel zijn nagedacht over zo'n methode? Dat gelooft Arntz graag. "Maar wij Klossers gaan uit van de situatie in de klas en grijpen die aan om er een leermoment van te maken. Want dan past het leren bij de natuurlijke ontwikkeling van een kind. Wij gaan uit van betrokkenheid, van wat er gebeurt in de kring. Niet van het boek."
"Vertel mij nou niet dat ik op een bepaald moment de kleuren moet gaan oefenen", vult collega Druijf aan. "Die behandel ik wel als de leerlingen over vlinders praten."
Maar er zijn ook wel goede lesmethoden, zegt oud-Klosser en kleuterjuf Rian Verharen. De leerkrachten in haar school zijn onlangs getraind in het gebruik van een nieuwe leesmethode die goed aansluit bij de belevingswereld van de kleuters. "Ik zie dat leerlingen spelenderwijs interesse krijgen in letters en woorden. Leerlingen kunnen zelf voortborduren op verhaaltjes over bijvoorbeeld kastelen. Ze brengen zelf hele kastelen van Lego mee naar school."
Maar de reden dat deze methode zo goed bevalt, is dat zij aansluit bij het oude gedachtegoed van de Klos. En dat is zeker niet altijd het geval, vindt Druijf. "Je moet een kleuter niet aan tafel zetten met een werkblad en zeggen dat hij een streepje moet zetten bij elk plaatje waarop de poes 'onder' de tafel zit. Zet maar een tafel midden in de klas en laat de leerlingen daar zelf op en onder gaan zitten. Als ze iets met hun lijf ervaren, beklijft het veel beter."

Cito
Ook de Cito-toetsen zijn inmiddels in de kleutergroepen doorgedrongen. Ruim 85 procent van de ondervraagden gebruikt ze, zij het niet harte: bijna 75 procent doet het alleen omdat het moet. Want wat zegt de uitslag van zo'n toets nu eigenlijk, vindt Pruiksma: "Het zijn momentopnames. De ontwikkeling van kleuters loopt nog heel erg uiteen. En als een kleuter zijn dag niet heeft, kan dat gevolgen hebben voor de uitslag van de toets. Dan denken de ouders soms meteen dat hun kind naar het speciaal onderwijs moet. En dan probeer ik hen weer te laten zien dat hun kind het best goed doet. Omdat samen kunnen spelen en lekker kunnen bouwen in de bouwhoek, belangrijker zijn dan een Cito-score."
Voor de kleuterklassen worden ook steeds vaker protocollen opgesteld. "Steeds maar weer nieuwe programma's met hogere eisen - ik steiger gewoon", zegt Arntz. Neem nu het dyslexieprotocol. Dat lijkt voor een buitenstaander wellicht heel zinvol. "Maar niet ieder kind ontwikkelt zich in hetzelfde tempo. Als een kind nog niet toe is aan lezen, betekent dat niet dat het dyslectisch is. En dan kun je oefenen tot je een ons weegt, maar dan lukt het gewoon nog niet."
Druijf houdt tegenwoordig nauwgezet bij wat ze doet: "Wat is mijn planning, wat wil ik met een thema, welke liedjes ga ik gebruiken? Er staan inmiddels hele dikke mappen op mijn bureau. Ik denk wel eens: dit is een kleuterklas, geen administratiekantoor."

Inspectie
Volgens de ondervraagde Klossers hechten bijna alle buitenstaanders steeds meer waarde aan cognitieve prestaties: niet alleen de ouders (85 procent), maar ook collega's uit hogere groepen en de directie (ruim 70 procent).
"In een teamvergadering werd laatst gevraagd wat ik de kinderen van groep 2 die week wilde gaan leren", zegt Hopman. "Ik noem dat 'aanbieden'. Een kind leert iets als het eraan toe is."
Terwijl de rest van de school juist iets van het kleuteronderwijs zou kunnen leren, vindt Verharen. "In het kleuteronderwijs werken we heel individueel en dat willen ze in de hogere groepen ook gaan doen." Maar zoiets moet je wel leren. "Ik zag laatst in een hogere klas iedereen tegelijk op de plakselpot af stormen. Dat gaat bij de kleuters toch anders."
De grootste druk op cognitieve prestaties in de kleuterklas is echter afkomstig van de inspectie, zo vinden de Klossers: volgens 95 procent van de ondervraagden hameren de inspecteurs hier op. "We hebben de Cito-toets heel lang alleen in groep 2 kunnen houden", geeft Druif als voorbeeld. "Maar tegenwoordig houden we die ook in groep 1. We kunnen nu eenmaal niet om de inspectie heen.”

Pabo
De opleiding tot kleuterleidster is ruim twintig jaar geleden opgegaan in de pabo. Is de kennis over het onderwijs aan het jonge kind daar sindsdien op peil gebleven? En worden studenten aan de pabo goed opgeleid om zinnige dingen te kunnen doen in de kleuterklas? Bijna alle ondervraagden vinden van niet: de studenten krijgen tegenwoordig veel te weinig bagage mee op het gebied van het jonge kind.
"Op de pabo leren studenten echt heel weinig over het kleuteronderwijs", vindt Verharen. "Ze moeten alles van ons horen, tijdens hun stage. Maar die is daar veel te kort voor."
Pruiksma, die regelmatig assessments houdt bij een pabo, vindt dat de pabo's het kleuteronderwijs niet serieus nemen. "Het onderwijs aan de pabo's is gericht op groep 3 en hoger. Stagiairs die bij ons de kleuterklas in komen, weten nauwelijks iets af van kleuteronderwijs."
"Er kwam eens een stagiair binnen die een klassikale rekenles had voorbereid", zegt Arntz. "Voor een kleuterklas!"

Klos terug!
Ruim negentig procent van de ondervraagden wil dat er weer een speciale opleiding komt tot kleuterleidster. Anders is er niemand om, als de laatste Klosser straks met pensioen gaat, het onderwijs aan kleuters op een goede manier over te nemen.
Pruiksma: "Een bouwhoek is in feite voorbereidend rekenen, omdat leerlingen er kennismaken met begrippen als hoog en laag. En in een poppenhoek - of een huishoek zoals dat tegenwoordig heet - kun je situaties uit het dagelijks leven naspelen. Dat is prima voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen." Maar ja, wie weet dat straks nog? Pruiksma: "Wij zijn een uitstervend ras. En dat is heel erg slecht voor het kleuteronderwijs. Want daar ligt toch de basis van de schoolcarrière."

Overweldigende belangstelling
Het begon allemaal toen de redactie van het Onderwijsblad werd benaderd door een oud-Klosser. Zij vroeg zich af hoe het met haar collega's zou zijn die ook de opleiding tot kleuterleidster (Klos) hadden gevolgd. Leuke vraag. Dus riep het Onderwijsblad Klossers op om eens te reageren. Zo'n verzoekje levert doorgaans tien tot twintig mailtjes op, 25 op z'n hoogst.
Na twee dagen waren de eerste honderd binnen. En daar bleef het niet bij: na drie weken stond de teller op 400 reacties. In opvallend veel mailtjes stond het woord 'zorgen': de Klossers waren overduidelijk ongerust over de ontwikkelingen in hun kleuteronderwijs. Dus stuurden we een enquête rond, die door ruim 363 Klos-kleuterjuffen werd ingevuld.
Oh ja, en natuurlijk staan er tegenwoordig ook weleens mannen voor de kleuterklassen. Maar op de Klos waren vrouwen toch verreweg in de meerderheid, dus hebben we het in dit artikel over kleuterjuffen. Sorry, kleutermeesters.

© 2010
het Onderwijsblad .
Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij Het Onderwijsblad, columnisten of freelance medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledigde overname, herpublicatie of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur (onderwijsblad@aob.nl). Indien het gaat om artikelen van freelance medewerkers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.