titel Oog in oog met jezelf
chapeau Ik hoorde mezelf steeds ‘ssssst’ zeggen 
nummer blad 10
datum blad 17-5-2008
auteur Overige 
rubriek Redactioneel

Wie naar zichzelf kan kijken, kan zich ontwikkelen en groeien in zijn vak. Video Interactie Begeleiding lijkt daarbij hèt hulpmiddel tot zelfreflectie, want dankzij de camera wordt kijken zien. “Videobegeleiding haalt talent naar boven.” Maar het kan ook heel confronterend zijn.

Tekst Mandy Pijl

Jezelf op film terugzien heeft vaak iets spannends en is soms ronduit confronterend. Dat ontdekt een leerkracht die de opnames terugziet die haar begeleider in de klas heeft gemaakt. Zelf heeft ze het gevoel dat het ‘niet lekker loopt’. Als ze de beelden bekijkt, ziet ze wat er echt gebeurt: dat ze in stapjes van een paar seconden - de beelden worden steeds even stopgezet - de regie totaal verliest. Ze ziet hoe respectloos leerlingen haar behandelen, hoe ze fluiten als ze aandacht vraagt en hoe ze stelselmatig weigeren te doen wat ze zegt. De impact van de beelden is groot, de docent barst in tranen uit. Dat het zó erg is, dat wist ze niet.
“Jezelf terugzien op video is vaak een schok”, zegt Christine Brons, een van de grondleggers van Video Interactie Begeleiding op School (VIB-S). “Ineens zie je jezelf zoals anderen je zien, en dat is soms flink schrikken. Je ziet jezelf zoals je jezelf niet kent, zoals je er echt uitziet.”
Brons, van oorsprong kinderpsycholoog en gezinsbegeleider, gebruikte videobegeleiding eind jaren tachtig als een vorm van coaching voor ouders met opvoedvragen. Omdat school ook een belangrijke rol heeft in de vorming van kinderen, filmde ze de kinderen uit haar praktijk tevens in de klas. De betrokken leerkrachten die de beelden eveneens bekeken, zagen behalve de kinderen ook zichzelf, hun eigen houding en handelen, inclusief gedragingen waarvan ze zich niet bewust waren. Van de beelden konden ze heel wat leren, was hun conclusie.
Mede op verzoek van het ministerie van Onderwijs ontwikkelde Brons begin jaren negentig de methode VIB-S en begon met de training van pedagogen, intern begeleiders, directies en docenten aan pabo’s en lerarenopleidingen tot videobegeleiders.

Gemeengoed
In het primair onderwijs is het filmen van je eigen optreden als leerkracht, maar ook het filmen van groepsprocessen inmiddels gemeengoed, zo zegt Brons. “Daar zie je teams die bij elkaar in de groep filmen, samen naar de beelden kijken, elkaar tippen en op die manier een lerende organisatie vormen. Dat komt doordat in het basisonderwijs al veel langer wordt geïnvesteerd in vernieuwingen.”
Er is nog een verschil met het voortgezet onderwijs waardoor videocoaching in het primair onderwijs wel is ingeburgerd. “Leerkrachten gaan daar al langer uit van de verschillen tussen kinderen en weten daardoor hoe belangrijk het is dat je je bewust bent van de effecten van je eigen handelen. Elk kind vergt immers een andere behandeling.” Videobegeleiding is volgens haar hèt middel om tot die bewustwording te komen.
Hoewel videobegeleiding op zijn school wèl een geliefde vorm van coaching is, snapt begeleider Niels Ypenburg van het Lyceum Ypenburg in Den Haag dat veel docenten schroom voelen om zich in hun klas te laten filmen. “Leerkrachten vormen nog altijd een volkje waar ieder zijn eigen koninkrijkje heeft en de deur liever dichthoudt. Jammer, want het is een misvatting te denken dat je alleen gefilmd wordt als je er niets van bakt.”

Rust houden
Via Video Interactie Begeleiding wordt een leerkracht gecoacht op drie gebieden: communicatie, klassenmanagement en didactiek. Leerkracht Wendy de Vries van basisschool de Klapwiek in Eindhoven schakelde een begeleider met camera in, omdat ze moeite had met klassenmanagement.
“Ik kwam van een school waar ik een andere manier van werken gewend was. Vooral het werken met instructiegroepjes was nieuw voor mij. Ik vond het lastig om met een klein groepje bezig te zijn, de rust in de rest van de groep te behouden en iedereen de juiste hulp te bieden. Het was een lastige organisatievorm.”
Op film zag De Vries wat er gebeurde als ze met een instructiegroepje aan de slag ging. Ze zag andere leerlingen afhaken, omdat die de zelfstandig te verwerken stof niet aan konden of er niet genoeg aan hadden. En ze zag meer.
“Ik zag mezelf, mijn houding, mijn gebaren, mijn mimiek. Ik zag hoe ik tijdens een les achter mijn bureau ging staan als ik iets wilde zeggen, mijn schouders gebogen, alsof ik mezelf terugtrok. Met die houding verloor ik de aandacht van de kinderen. Ik straalde uit dat het niet belangrijk was wat ik te zeggen had. Waarom zouden ze dan naar me luisteren?”

Veranderen
De beelden maakten De Vries er bewust van hoe haar eigen gedrag van invloed was op de kinderen. Dat lukt niet iedereen, weet psycholoog Brons. “Niet alle opvoeders, leerkrachten en ouders vinden het vanzelfsprekend dat je pas iets aan een kind of aan een groep kunt veranderen, als je jezelf verandert. ‘Doe iets aan dat kind’, zeggen sommige leerkrachten. Of: ‘Doe iets aan die groep’. Maar de verandering zit in jezelf.”
Dat ondervond ook Bastiaan Slager, leerkracht op basisschool de Augustinus in Landsmeer. Hij liet zich filmen omdat hij in zijn groep te maken had met negatief gedrag van een aantal jongens. “Het was een kettingreactie van vervelend gedrag. Ze waren verbaal zeer aanwezig en wilden daarin tegen elkaar opboksen.” Het verpestte de sfeer in de groep.
Slager zag, toen hij de beelden terugkeek, hoe zijn optreden het negatieve gedrag van de jongens in de hand werkte. “Ik heb er een hekel aan als leerkrachten met een opgeheven vinger voor de groep staan, maar ik bleek het zelf ook vaak te doen. Ik hoorde mezelf ook steeds ‘ssssst’ zeggen, een middel dat door het overmatige gebruik ervan geen enkel effect meer had.”
Een gebrek aan oogcontact met de oproerkraaiers bleek ook bepalend te zijn. “Ik zag aan de beelden dat ik soms nauwelijks oogcontact met ze maakte, waardoor het niet duidelijk was of mijn boodschap wel binnenkwam. Ik controleerde onvoldoende of ze me begrepen hadden. Daarmee gaf ik de jongens weer vrij spel”, vertelt Slager.
“Nu maak ik bewuster oogcontact met de kinderen, verzeker mezelf van de ontvangst en ervaar ik dat ik beter met hen communiceer. Hierdoor is de sfeer in de groep verbeterd en heb ik als leerkracht meer plezier in het lesgeven gekregen.”

Lijfsbehoud
“Het is een vorm van lijfsbehoud dat je je niet realiseert wat je allemaal doet”, legt Brons uit. “Dat hoeft ook niet, het zou de vanzelfsprekendheid van je werk in de weg staan. Maar als er dan iets moet worden veranderd in je functioneren, zit de oplossing hem vaak in het bewust worden en doorbreken van onbewust gedrag.”
Daarmee doelt Brons mede op dingen die wel goed gaan, ook daar zijn leerkrachten zich meestal niet van bewust. “Docenten handelen vaak intuïtief en onbewust, ook als ze het hartstikke goed doen. Wat ze precies goed doen, wat hun kracht is, dat beseffen ze vaak pas als ze zichzelf op band zien. Video haalt het talent naar boven, is een microanalyse van succes.”
Wie het succes bij zichzelf ziet, leert moeilijke situaties te doorbreken, aldus Brons. Leerkracht De Vries zag op band dat ze rust uitstraalde. “En dat ik tegenover kinderen heel duidelijk was over wat ik van ze verlangde, terwijl ik juist zo onzeker was over mijn aanpak. Eigenlijk ontbrak het me alleen aan de juiste houding, er stáán.”

Werkvormen
Hoewel VIB-S hèt middel lijkt om bij problemen in te zetten, roepen steeds meer leerkrachten de hulp van een videobegeleider in om zich andere werkvormen eigen te maken. Yvonne van der Paardt, docent Nederlands en ckv op het Lyceum Ypenburg, liep na tien jaar onderwijservaring vast in haar manier van lesgeven.
“Ik had één manier en die ging me prima af, de methode van het onderwijsleergesprek. Via een klassikaal gesprek kwam ik met mijn leerlingen tot inzichten. Daar stopte ik veel energie in, terwijl ik het gevoel had dat de betrokkenheid van de klas klein was.”
Van der Paardt wilde een minder frontale manier van lesgeven, een manier die een groter beroep zou doen op de zelfredzaamheid van haar leerlingen. “Ik wilde ze aan het werk zetten, zonder dat ik het gevoel had dat ik niets deed.”
Ze voerde die nieuwe werkvorm stapsgewijs in en liet zich daarbij filmen door VIB’er Ypenburg. “Ik leerde mijn leerlingen zelfstandig aan het werk te zetten en minder te sturen. Dat lukte, doordat ik op video terugzag dat leerlingen heus wel bezig waren als ze in groepjes werkten en ik me afzijdig hield.”
Bij het bekijken van die beelden zag de docent ook andere dingen, zoals haar houding, haar mimiek, en stak daar veel van op. “Ik wist dat ik behoorlijk streng ben, maar dat ik het zó uitstraalde, daar was ik me niet van bewust. Ik was pinniger dan ik wilde, zag zelf dat het heus wat relaxter kon.”
Begeleider Niels Ypenburg geeft toe dat het risico om weer in oude gewoonten te vervallen altijd aanwezig is. “Maar een goede VIB’er begeleidt op zo’n manier dat hij leerkrachten zelf oplossingen laat bedenken. Hij zal nooit zeggen, zoals je op tv nogal eens in opvoedprogramma’s ziet gebeuren: ‘Dit doe je helemaal fout, en nu ga je het anders doen.” VIB-S laat leerkrachten zelf nadenken. Want wie zelf bedenkt wat hij kan veranderen en hoe hij dat moet doen, verandert met plezier.”

{Kadertje}

Meer informatie

Christine Brons, psycholoog, filmer en medeontwikkelaar van de methode Video Interactie Begeleiding op School, geeft lezingen over (onderwijs)ontwikkeling en talent. Meer informatie op www.christinebrons.nl.
Meer over VIB-S is te vinden op de site van de beroepsvereniging van VIB’ers: www.svib.info.

© 2010
het Onderwijsblad .
Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij Het Onderwijsblad, columnisten of freelance medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledigde overname, herpublicatie of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur (onderwijsblad@aob.nl). Indien het gaat om artikelen van freelance medewerkers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.