titel Opkomst en ondergang van de basisvorming
chapeau Nieuw boek Leo Prick 
nummer blad 5
datum blad 4-3-2006
auteur Overige 
rubriek Redactioneel

Met verbijstering heeft Leo Prick de opkomst en ondergang van de basisvorming gevolgd. In Drammen, dreigen, draaien, dat aanstaande vrijdag verschijnt, beschrijft de NRC-columnist en onderwijspsycholoog hoe door politici ‘steeds werd vastgehouden aan de illusie dat alle leerlingen in staat zouden zijn vijftien voornamelijk theoretische toetsen af te leggen die voor alle leerlingen noch te moeilijk noch te simpel zijn’.

Eén school voor iedereen tot vijftien jaar met één vakkenpakket - een onhaalbaar ideaal, dat volgens Prick terecht al weer is bijgezet in het mausoleum van mislukte onderwijsvernieuwingen. De opkomst en ondergang van de basisvorming is geschreven op basis van beleidsnota’s, Kamerstukken en krantenartikelen. Een uiterst gedetailleerde geschiedschrijving voor de liefhebber, die wil weten hoe de verbouwing van de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs inderdaad met drammen, dreigen en draaien tot stand is gekomen. Jammer is dat Prick de focus te eenzijdig op de politiek legt. Alsof er binnen het onderwijs zelf geen discussies waren hoe de start van het voortgezet onderwijs er het beste uit kon zien. Onderbelicht blijft ook dat op scholen het oorspronkelijke rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de basisvorming met groot enthousiasme werd ontvangen. Maar vanaf dat moment komt de auteur goed op stoom. Prick laat zien hoe opeenvolgende ministers en staatssecretarissen dit goed ontvangen rapport, dat een einde maakte aan de strijd tussen middenschoolbelievers en tegenstanders, hebben vertaald in een voor leraren onuitvoerbare opdracht.
Hij signaleert in zijn boek tegelijkertijd hoe groot de kloof is tussen het overheidsbeleid en de manier waarop het onderwijs zich in de praktijk ontwikkelde. ‘Het beleid was gericht op uitstel van keuze, scholen gingen juist eerder selecteren en homogene klassen vormen. (…) Terwijl het beleid was gericht op meer algemeen vormend onderwijs in het vbo, gingen scholen juist meer aandacht besteden aan praktijk en stages.’

Nieuwe generatie
Prick is vooral hard over de oud-staatssecretarissen Wallage en Netelenbos vanwege ‘het haast pathologische vasthouden aan het eigen gelijk’ om toch maar één niveau te willen voor alle leerlingen. Hij hekelt ook de drang naar ‘effectieve leerroutes’, die daarna opgeld deed en die een rem zette op de doorstroommogelijkheden van de mammoetwet.
Hij juicht toe dat de verplichte lessentabel is verdwenen, maar mist daarbij een belangrijke randvoorwaarde. ‘Het is onbegrijpelijk dat de overheid toen niet is gekomen met het voorschrift hoeveel procent van de verstrekte gelden dient te worden besteed aan onderwijs (…) ofschoon duidelijk is dat in veel gevallen onderwijsgelden aan de scholen worden onttrokken ten gunste van een uitdijend bureaucratisch apparaat en de eveneens uitgedijde salarissen van de centrale directies.’
Het is jammer dat Prick het thema van een verstandig arbeidsmarktbeleid slechts zo kort aanroert. Daar is alle aanleiding toe, want hij beschrijft wel de gigantische leerlingendaling met 30 procent en de reacties van scholen daarop. Zij werden aan hun lot overgelaten en moesten zelf een overlevingsstrategie zoeken.
En daar zit toch de crux van de malaise van het voortgezet onderwijs: de deur van de lerarenkamer ging op slot. Jonge leraren zijn er sinds dat moment nauwelijks meer bijgekomen. Op dat punt had de overheid een rol kunnen en moeten spelen. In het basisonderwijs is dat wel gebeurd. Door de investering in klassenverkleining kwamen er duizenden banen bij en stroomden de pabo’s vol. Daar staat een nieuwe generatie jongeren klaar om de openvallende banen over te nemen van hun collega’s die met de vut gaan. In het voortgezet onderwijs is overheidsingrijpen om tijdig voor banen en belangstelling te zorgen uitgebleven.
Aan het eind van zijn boek gaat Prick wel in op de daardoor ontstane noodsituatie die de kwaliteit van het voortgezet onderwijs bedreigt. ‘Ik kan niet anders dan dit boek treurig besluiten.’ Vooruitblikkend constateert hij dat er te weinig jongeren kiezen voor een onderwijsbaan, zeker als de economie aantrekt. ‘De komende tien jaar gaat 40 procent van alle leraren met pensioen. Het zal onmogelijk zijn daar competente opvolgers voor te vinden. (…) Er zullen hoe dan ook altijd wel mensen zijn te vinden die voor een klas willen staan, maar het is onontkoombaar dat het beroep van leraar een tweede of derde keuzebaan gaat worden.’

Voordeel voor AOb-leden

Drammen, dreigen en draaien van Leo Prick verschijnt 10 maart en kost normaal 15 euro. AOb-leden kunnen het boek in de winkel kopen voor 12 euro met de kortingsbon op pagina 48.



Symposium

Vrijdagmiddag 10 maart wordt tijdens een symposium over onderwijsvernieuwing het nieuwe boek van Leo Prick gepresenteerd. Onder leiding van Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, wordt gediscussieerd over de vraag hoe het mogelijk is dat allerlei veranderingen in het voortgezet onderwijs zijn doorgevoerd die ouders noch leraren wenselijk achtten en over de perspectieven voor beter onderwijs. Deelnemers aan het debat zijn onderwijsspecialisten uit de Tweede Kamer, wetenschappers en journalisten. Belangstellenden voor deze bijeenkomst in de Rode Hoed in Amsterdam kunnen zich aanmelden via 020 6385606 of www.rodehoed.nl.

© 2010
het Onderwijsblad .
Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij Het Onderwijsblad, columnisten of freelance medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledigde overname, herpublicatie of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur (onderwijsblad@aob.nl). Indien het gaat om artikelen van freelance medewerkers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.