![]() ![]() | |||||||||||||
De functiewaardering in het voortgezet onderwijs was voor veel docenten tot nu toe een ver-van-mijn-bedshow. De effecten beginnen dit voorjaar echter op de werkvloer merkbaar te worden en dat zorgt voor onrust. ‘Schaal 12 is onbereikbaar geworden.’ “Op scholen in mijn omgeving gonst het van de onrust over de functiewaardering. Salarisschaal 12 lijkt onbereikbaar geworden, eerstegraders kunnen hun uitzicht op die schaal wel vergeten. Heeft het nog wel nut een eerstegraads bevoegdheid te halen als die toch niet meer gehonoreerd wordt?” Met die vragen klopte AOb-lid M. Tamsma onlangs aan bij zijn vakbond. En hij is niet de enige. Want de functiewaardering in het voortgezet onderwijs, afgesproken in de cao van vorig jaar, begint op dit moment tastbare gevolgen te krijgen in de scholen. Vooral voor docenten, want de functies van het ondersteunend personeel en het management waren al eerder opnieuw gerangschikt. Op het gebied van de docentfuncties kan er veel gaan veranderen. In het nabije verleden hing de functie – en het salaris – van een docent in het voortgezet onderwijs slechts af van twee variabelen: de opleiding (eerste- of tweedegraads) en het werkgebied (onderbouw of bovenbouw havo/vwo). En dat is eigenlijk niet meer van deze tijd, nu docenten steeds meer andere dingen doen dan alleen voor de klas staan. Scholen gaan bijvoorbeeld over op teamteaching, vooral in het vmbo, waarbij een klein team van breed bekwame docenten samen alle vakken geeft aan één groep leerlingen. Daarnaast werken leerlingen in het voortgezet onderwijs tegenwoordig steeds zelfstandiger, docenten worden meer coach of ontwikkelen zelf onderwijs voor de tweede fase, voor de basisvorming of ‘de nieuwe onderbouw’, zoals dat tegenwoordig heet. Door die veranderingen doen tal van nieuwe taken en functies hun intrede in het voortgezet onderwijs. Scholen krijgen nu de ruimte om die verschillende taken, bevoegdheden, competenties en het bijbehorende salaris zelf op papier te zetten. In de cao is afgesproken dat de scholen veel vrijheid krijgen bij het opstellen van de nieuwe functies, die immers moeten passen bij de manier waarop de school is ingericht. Een technisch onderwijsassistent in schaal 8? Een junior- en seniorleraar, een docentcoach? Het kan allemaal, als de school dat wil èn als er voldaan wordt aan enkele voorwaarden. In de eerste plaats moet de MR of de vakbond ermee instemmen, en verder moeten de functies technisch gewaardeerd worden door een deskundige van een gecertificeerd functiewaarderingsbureau, te vinden in elke Gouden Gids. Oude rechten :Om scholen een idee te geven van mogelijke nieuwe functies, werden bijna tachtig voorbeeldfuncties opgesteld die zijn te downloaden van de AOb-site. Bij elke functie worden zaken als kennis, vaardigheden, werkzaamheden en salarisschaal nauw omschreven. Bijvoorbeeld van de seniordocent bovenbouw (schaal 12), die collega’s coacht, zorg draagt voor het opstellen van onderwijsprogramma’s en ‘een voorbeeldfunctie vervult in de beheersing, verdieping en verbreding van de vakinhoudelijke en didactische kennis en vaardigheden’. Het is echter niet de bedoeling dat scholen die voorbeeldfuncties klakkeloos overnemen, benadrukt AOb-hoofdbestuurder Martin Knoop. Want dan begin je aan de verkeerde kant. “Een school moet eerst nadenken over hoe de organisatie er uit zou moeten zien, over welke functies je wilt hebben, over de opbouw van je personeelsbestand. Daaruit volgen dan de nieuwe functies, die je gaat beschrijven en waarderen.” Als extra randvoorwaarde bij die functiewaardering is verder in de cao vastgelegd dat medewerkers die door dit proces in een lagere functie en salarisschaal terechtkomen, hun oude salaris en oude rechten houden. De lagere schaal geldt dan pas voor hun opvolger in die functie. Kartrekkers :De nieuwe centrale cao heeft drie salarisschalen voor docenten, ééntje meer dan de huidige situatie. Naast schaal 10 (in het nieuwe jargon: LB) en schaal 12 (LD) is er nu ook een tussenschaal: schaal 11 (LC). Die laatste schaal kwam tot nu toe op sommige scholen al wel voor, maar dan voor het middenmanagement en niet voor de pure onderwijsgevers. De docenten uit de twee huidige salarisschalen worden bij de functiewaardering verdeeld over de drie nieuwe schalen. Ook daarbij bestaan weer enkele randvoorwaarden. Zo is het niet de bedoeling dat werkgevers de functiewaardering aangrijpen om de dure schaal 12 weg te saneren. Het percentage docenten in deze schaal mag in de nieuwe situatie, per school, niet lager zijn dan het was in juli 2002. Door deze bepaling laten veel scholen hun schaal 12-docenten veelal ongemoeid: zij worden overgezet naar schaal 12 in de nieuwe situatie. “Achteraf gezien is dat misschien niet zo’n gelukkige afspraak in de cao geweest”, vindt Dick de Jong, voorzitter van de centrale directie van scholengemeenschap Erasmus in Almelo. “Ik snap wel dat de vakbonden daarop hebben aangestuurd, want het zijn toch verworven rechten van hun leden, maar in onze streefformatie hebben wij minder schaal 12-functies nodig dan tot nu toe.” Dat zit zo: de school heeft de directie- en managementfuncties al eerder gewaardeerd, waarbij zes afdelingscoördinatoren in schaal 12 terechtkwamen. Daaroverheen kwamen toen de cao-afspraken waarin bepaald werd dat het aantal leraren in schaal 12 gelijk moest blijven. Dat zijn, alles bij elkaar genomen, volgens De Jong dan wel erg veel schaal 12-functies voor zijn school. Bovendien zijn, volgens de nieuw beschreven functies, schaal 12-docenten ‘kartrekkers’ binnen het onderwijs, die collega’s coachen en werken aan onderwijsvernieuwing. En hoeveel van die kartrekkers heb je eigenlijk nodig? Minder dan nu, vindt De Jong. “Wij willen door natuurlijk verloop het aantal schaal 12-functies terugbrengen van 21 tot veertien fte’s.” De Jong benadrukt dat de functiewaardering op zijn school breed wordt gedragen door het personeel en dat het terugbrengen van het aantal schaal 12-docenten geen bezuiniging is. “Als er minder mensen in schaal 12 zitten, kunnen er extra mensen in schaal 10 en 11 worden aangesteld. Je kunt daar immers meer mensen aanstellen voor hetzelfde geld. Daardoor kan bijvoorbeeld de gemiddelde groepsgrootte omlaag.” Vakman :Het inkrimpen van schaal 12 kan AOb-leden als Tamsma doen verzuchten dat deze salarisschaal ‘onbereikbaar’ is geworden. Maar dat klopt niet, vindt bestuurder Knoop van de AOb. Want de vermindering van het aantal schaal 12-functies verschilt per school. “Het aardige van de functiewaardering is bovendien dat schaal 12 nu ook haalbaar kan worden voor een docent in het vmbo. Alle vmbo-docenten in schaal 12 zetten is natuurlijk financieel onhaalbaar, maar scholen kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld één docent per vakgroep, die extra taken en verantwoordelijkheden heeft, naar schaal 12 te laten klimmen.” De Erasmusscholengemeenschap in Almelo doet dat niet, want daar blijft eerstegraadsniveau en lesgeven in havo en vwo een vereiste voor schaal 12. Maar op het Beatrixcollege in Tilburg is de doorstroom voor tweedegraders wèl mogelijk. “Een vmbo-docent in schaal 12 gaat er komen”, zegt rector Hans van der Heijden van het Beatrixcollege. Maar waarom zou je, zoals Tamsma zich afvraagt, als docent dan nog investeren in een academische opleiding? Dat is een verkeerde vraag, vindt Van der Heijden. Want academisch werk- en denkniveau is nog steeds nodig om les te geven in de bovenbouw van havo en vwo. “Maar het automatisme dat alleen eerstegraders in schaal 12 terechtkomen is weg. Ook een vmbo-docent kan er komen, op basis van heel andere kwaliteiten. Niet door een academische opleiding, maar omdat hij een uitstekende docent is die zijn onderwijskwaliteiten ten dienste van de totale schoolorganisatie stelt, collegiale consultatie en coaching verzorgt en zijn vakmanschap aan anderen overdraagt.” Een voordeel van de functiewaardering is ook dat nu de nieuwe salarisschaal 11 is ontstaan. Volgens de regels van de cao moet circa twaalf procent van alle docenten in die schaal 11 terechtkomen, de sollicitatieprocedures zijn op veel scholen al in gang gezet. Veel schaal 10-docenten ruiken nu hun kans. Bij de invulling van de schaal 11-functies zijn de scholen weer grotendeels vrij. De indeling op het Beatrixcollege is grofweg dat een schaal 10-docent voornamelijk met zijn vak en zijn klas bezig is, dat een schaal 11-docent ook op vakgroepniveau werkt en dat een schaal 12-docent ‘schoolbreed’ actief is. “We hadden als school al enkele schaal 11-functies, bijvoorbeeld voor docenten met coördinerende taken. Maar de nieuwe schaal 11-functies worden echte docentenfuncties, voor de vakman in het onderwijs”, zegt Van der Heijden. Eerlijk systeem :En de schaal 10-docent? Die blijft gewoon schaal 10-docent, zij het dat veel scholen nu ook integraal personeelsbeleid aan het invoeren zijn. De docenten moeten daarbij mee in de cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken en soms ook competentiemanagement. Op veel plaatsen wordt daarbij een uitzondering gemaakt voor oudere docenten, uit welke schaal dan ook. Zo hoeven op de Erasmusscholengemeenschap docenten van 58 jaar en ouder die gebruikmaken van de bapo, niet te voldoen aan de nieuwe eisen. De school wil hen niet lastigvallen met persoonlijke ontwikkelplannen, ‘360-graden feedback’ en competentieontwikkeling. Die docenten hebben immers al genoeg veranderingen over zich heen gehad. “Zij moeten de kans krijgen hun loopbaan op een goede manier af te ronden”, zegt De Jong. Volgens de cao zou de functiewaardering uiterlijk augustus dit jaar overal moeten zijn uitgevoerd, maar nu al is duidelijk dat veel scholen dat niet gaan redden. Niet onoverkomelijk, vindt Knoop van de AOb. “Het mag ook in 2005, want zorgvuldigheid is belangrijker dan snelheid. En personeel dat er in de nieuwe situatie in salaris op vooruitgaat, krijgt die verhoging volgens de cao met terugwerkende kracht uitbetaald.” Schoolleiders De Jong en Van der Heijden denken de zaak in augustus dit jaar al wel rond te hebben. Zij verwachten beiden veel van de functiewaardering. “Het automatisme van het carrièreverloop wordt doorbroken”, zegt Van der Heijden. “In het oude systeem, met eerste- en tweedegraadsdocenten en onder- en bovenbouw, was alles voorgeprogrammeerd. Er waren weinig impulsen voor loopbaanontwikkeling, om als docent meer te doen dan normaliter van je werd verwacht.” “Functiewaardering geeft je als organisatie de plicht om alle werkzaamheden weer eens onder de loep te nemen”, zegt De Jong. “Je kunt straks veel nauwgezetter afspraken maken over welke resultaten en verantwoordelijkheden je van een individuele leraar verwacht. Maar de oudere schaal 12-docenten moeten nog wel wennen dat er andere criteria gelden. Het denken is bij hen vaak nog steeds: een academische opleiding, dus schaal 12.” AOb-leden zullen nog aan de nieuwe situatie moeten wennen, zegt ook Knoop. “Veel mensen kijken nog naar de namen van de functies, naar de vraag of er in de onder- of bovenbouw wordt lesgegeven en naar het eerste- en tweedegraadsniveau. Maar daar gaat het niet meer om. Mensen worden voortaan niet meer beoordeeld op zo’n etiketje, maar op hun daadwerkelijke activiteiten binnen de school. Een eerlijk systeem, waar wij als vakbond vierkant achter staan.”
© 2010 | |||||||||||||