titel Thuisonderwijs als levensovertuiging
chapeau De vraag is klein, de strijdende partijen fanatiek  
nummer blad 10
datum blad 18-5-2002
auteur Overige 
rubriek Redactioneel

thuisonderwijs. Het gaat om een kleine groep ouders die vecht tegen de strenge leerplichtwet. Ze willen hun kinderen niet naar regulier onderwijs sturen, maar ze thuis zelf les geven. De leerplichtambtenaar, de onderzoekers, de wet en de politieke partijen hebben allemaal een eigen kijk op het fenomeen. Over een kleinschalige, maar gepassioneerde strijd.

Happig zijn de thuisonderwijzers er niet op; weer een journalist die wil weten waarom ouders hun kinderen niet naar school laten gaan, maar ze zelf thuis les willen geven. "Ik moet voorzichtig zijn. De vorige keren dat ons gezin in de media kwam, kregen we prompt een proces-verbaal aan onze broek", laat een thuisonderwijs-moeder weten. Ze wil niet bij naam genoemd worden. Ook andere thuisonderwijs-ouders zijn terughoudend. Een kijkje nemen bij de mensen thuis, om te zien hoe leren in een huissituatie eraan toe gaat, was onmogelijk. Alleen een moeder die op het moment in het buitenland zit, was eventueel daartoe bereid.
De afhoudende reacties komen voort uit het feit dat de ouders hun kinderen voor geen goud terug naar school willen sturen. "Ik had de indruk dat er bij mijn kind iets stuk werd gemaakt, door deze manier van omgang", schrijft moeder Inanna* over het onderwijs dat haar achtjarige zoon kreeg. "Als hij van school kwam was hij agressief. Hij moest zich ontladen van de indrukken die hij in de klas had opgedaan." Thuisonderwijzers Peter en Simone hebben in hun gezinnen soortgelijke ervaringen. "Mijn dochter heeft op meerdere scholen gezeten. Het ging van geen kanten. Ze werd er diep ongelukkig van." Simone geeft haar beide kinderen thuisonderwijs. "Als je dat ziet dan ga je als moeder voor je kind staan. Het geluk van je kind is belangrijker dan wat dan ook."
Het massale onderwijs in Nederland slaat niet bij alle kinderen aan. Te veel kinderen in een klas, te weinig individuele aandacht. Geen ruimte om een kind in zijn eigen tempo te laten leren. Dat zijn de klachten die bijna alle ouders uiten.

Vervelende vakken
Thuis is er wel ruimte voor een-op-een-onderwijs. Er is tijd om in te spelen op interesses van kinderen, zodra die zich aandienen. Een veelgebruikte manier van thuisonderwijs is homeschooling; het werken met bestaande leerplannen en lesboeken. De ouders die hier aan het woord zijn werken vaak met unschooling. Deze methode speelt in op het zelflerende vermogen van kinderen. De interesses van een kind worden gevolgd zonder een vast leerplan.
Bij unschooling is het niet zo dat de kinderen de vervelende vakken als rekenen, lezen en schrijven links laten liggen. "Mijn dochter is dyslectisch, op school durfde ze bijna niet te lezen", vertelt Simone. "Thuis heeft ze het uiteindelijk wel geleerd, ook doordat ze zelf kon aangeven wanneer en hoe ze wilde leren." Inanna zegt dat haar zoon uit zichzelf om rekenwerk vraagt.
Peter (43) heeft kinderen van drie en zeven jaar. Zijn oudste kind is naar school gegaan, maar dat beviel niet. "Ons gezin hangt een vorm van het christendom aan, die veel lijkt op die van de Quakers." Bij deze levensovertuiging ligt de nadruk onder andere op vrije meningsvorming, daarom sluit thuisonderwijs volgens hem beter bij zijn gezin aan dan regulier onderwijs. "De kinderen kunnen nu zelf aangeven wat ze willen leren."
Bij thuisonderwijs wordt uit veel bronnen geput om vragen van kinderen te beantwoorden. Soms wordt met lesboeken gewerkt, maar ook gewone boeken, cd-rom's, internet, musea, visites, uitstapjes en spelletjes zijn veelgebruikte leermiddelen. Een kind kan van dagelijkse handelingen al veel opsteken. "Bij het boodschappen doen, leert een kind rekenen en het uitzoeken en vergelijken van producten", vertelt een moeder. "Kinderen leren heel snel op deze manier, omdat ze de stof leuk vinden."
In de Nederlandse wet komt het begrip thuisonderwijs niet voor. Als je thuisonderwijs wilt geven, moet je vrijstelling aanvragen van de plicht om je kind in te schrijven bij een reguliere school. Als je die vrijstelling krijgt, mag je met je kind doen wat je wil. Er is geen controle meer op de voortgang van het leerproces. "Als je heel de dag wil gaan wandelen in het bos, is er niemand die je tegenhoudt", legt Hans Velthoen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Leerplichtambtenaren, uit. "Je hoeft je kind geen onderwijs te geven. Leerplichtambtenaren moeten dus streng zijn; de ontwikkeling van het kind mag niet in het gedrang komen."

Boetes
Als je als ouder besluit dat je je kind niet naar regulier onderwijs wilt doen, raak je onmiddellijk verstrikt in een web van wetten en regels. De eerste stap die je moet zetten, is dat je een beroep doet op vrijstelling van de inschrijfplicht bij de leerplichtambtenaar in je gemeente. Bij het beroep moet een verklaring worden meegestuurd, waarin je uitlegt waarom je bezwaar hebt tegen de richting van het onderwijs.
"De leerplichtambtenaar buigt zich vervolgens over het beroep op vrijstelling en het bezwaarschrift", zegt Velthoen. Na de zaak uitvoerig in ogenschouw te hebben genomen, kan de ambtenaar het beroep accepteren. In dat geval zijn kind en ouders vrij om te doen wat ze willen. "Dat gebeurt dus niet zo snel", zegt Velthoen. Ouders kunnen vrijstelling van de inschrijfplicht op drie gronden aanvragen; als hun kind geestelijk of lichamelijk niet in staat is onderwijs te volgen, als ze bezwaar hebben tegen de richting van onderwijs op alle scholen in de buurt en als ze in het buitenland wonen.
Accepteert de leerplichtambtenaar het beroep op vrijstelling niet, dan moet het kind alsnog worden ingeschreven bij een erkende school. Als de ouders hun kind toch thuis houden, moet de leerplichtambtenaar ingrijpen. "Dat kan tot heel vervelende situaties leiden. De ouders hebben het beste met hun kind voor; dat hebben wij natuurlijk ook. Maar de inzichten over wat nou het beste is, lopen soms ver uiteen", vertelt Velthoen. De leerplichtambtenaar maakt in zo'n geval een proces-verbaal op, de strafrechter moet het beroep op vrijstelling inhoudelijk toetsen en besluiten wat voor sanctie de ouders opgelegd krijgen. De straffen lopen uiteen van boetes tot uit huis plaatsing van het kind.
Inanna en Simone zijn nog maar net bezig een beroep te doen op het recht op vrijstelling van de inschrijfplicht. Peter worstelt al een paar jaar met de wet. Sinds het jaar 2000 lopen er rechtszaken tegen hem. In een zaak heeft Peter hoger beroep aangetekend. Op dit moment ligt dat proces stil, omdat de rechter en de officier van justitie op Peters verweerstukken studeren. Hij gebruikt voor zijn verdediging onder andere een studie naar thuisonderwijs van Henk Blok.
Henk Blok vindt dat thuisonderwijs in Nederland moet worden toegestaan. Hij is werkzaam aan het SCO-Kohnstamm Instituut en heeft onlangs onderzoek gedaan naar de effectiviteit van thuisonderwijs. Op basis van zeven Amerikaanse en een Canadees onderzoek naar homeschooling, heeft hij gekeken wat thuisonderwijs in Nederland zou kunnen betekenen. De bevindingen van de buitenlandse onderzoekers waren zonder uitzondering positief. "Thuisonderwezen kinderen ontwikkelden zich qua leren en ook in sociaal opzicht beter dan kinderen die naar normaal onderwijs gingen," vertelt Blok. Er moeten wel een paar kanttekeningen worden geplaatst bij de opvallend positieve resultaten die thuisonderwezen kinderen behaalden. De ouders van de kinderen waren door de bank genomen hoger geschoold dan gemiddeld, ook hun inkomen was hoger dan dat van het doorsnee gezin. Opmerkelijk was de conclusie van een Amerikaans onderzoek: het maakt voor de leeropbrengsten niet uit of de ouders een lesbevoegdheid hebben.
Voor thuisonderwijs in Nederland verwacht Blok op basis van de buitenlandse bevindingen, dat vergelijkbare positieve resultaten behaald kunnen worden. Blok betoogt dat de samenlevingen in de VS en in Nederland sterk overeenkomen. "Beide samenlevingen zijn westers, technologisch, en hebben een grote en toegankelijke informatiestroom." Nu zijn er in Nederland niet meer dan enkele honderden thuisonderwezen kinderen tegenover schattingen van 750.000 tot een miljoen kinderen in de VS. Nederland is, samen met Duitsland een van de strengste landen in West-Europa als het gaat om thuisonderwijs. "In BelgiŽ, Frankrijk, Engeland en Ierland moeten ouders de overheid alleen melden dat ze gaan thuisonderwijzen," weet Blok. "Ook in ScandinaviŽ, waar Nederland over het algemeen sterk mee overeenkomt, is thuisonderwijs wel een optie."

Levensovertuiging
Een verschil met deze landen is, dat in Nederland uit veel soorten onderwijs gekozen kan worden. Zeker in het basisonderwijs is er een enorme diversiteit. In andere landen is dat niet zo. Daar kunnen ouders kiezen uit twee of drie onderwijstypes, daar houdt het bij op. Hier kunnen de antroposoof, de streng gereformeerde en de hindoe allemaal een school vinden die aansluit bij hun levensovertuiging.
Volgens Henk Blok is er in ons land naast regulier onderwijs toch zeker een markt voor thuisonderwijs. "Uit de schoolbezoeken van de inspectie blijkt dat op tweederde van de basisscholen onvoldoende rekening wordt gehouden met de verschillen tussen kinderen. Professor Stevens (orthopedagoog uit Utrecht) meent op basis van ander onderzoek, dat twintig tot dertig procent van de basisschoolkinderen niet voldoende aan hun trekken komt." Zo kan Blok nog wel even doorgaan. Er zijn volgens hem redenen te over. Door de individualisering in de samenleving willen mensen steeds meer zaken in eigen hand nemen, de kwaliteit van het basisonderwijs neemt af door het lerarentekort, er zijn altijd kinderen die het in gewoon onderwijs niet redden; die vallen nu tussen wal en schip. "Een belangrijke groep zijn de mensen die een tijd in het buitenland hebben gewoond en blijvend voor thuisonderwijs willen kiezen." Door de openstelling van de grenzen groeit de vraag volgens Blok ook, omdat mensen zien dat in het buitenland goede resultaten worden behaald. "Veel mensen schrijven zich in op mailinglists en wenden zich tot mij voor expertise. De vraag is nu misschien niet groot, maar de markt komt er."
Voordat thuisonderwijs in Nederland een vlucht neemt, moet de wet eerst ingrijpend veranderen. "Er zou een artikel in de wet moeten, waarin staat dat ouders geen inschrijfplicht hebben, als ze hun kind thuis onderwijzen", vindt Blok. Bovendien pleit hij voor faciliteiten voor de ouders. Hierbij denkt hij aan een kenniscentrum en een financiŽle compensatie voor de ouders, omdat zij inkomen derven. De kosten die deze faciliteiten jaarlijks met zich meebrengen, zijn volgens Blok lager dan die voor een kind dat regulier onderwijs krijgt.
Bang voor misbruik van de kinderen is de onderzoeker niet. "In deze maatschappij weet iedereen dat je, als je niet kan lezen en schrijven, geen kans hebt. En thuisonderwijs vraagt grote om inzet van de ouders, dat doe je echt niet zomaar. In geen van de onderzoeken die ik heb doorgenomen is er ook maar enige indicatie van misbruik."
Lex Wakelkamp (voormalig student aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) denkt dat thuisonderwijs in Nederland niet snel op grote schaal aan zal slaan. In 1996 schreef hij zijn afstudeerscriptie thuisonderwijs een ongehoorde keuze hierin stelt hij dat thuisonderwijs in de praktijk wel werkt, maar dat het (politieke) draagvlak in Nederland veel te klein is. Wakelkamp vroeg PvdA, CDA, D66 en VVD, wat ze van thuisonderwijs vonden. De eerste drie partijen lieten weten dat het voor hen geen heet hangijzer was om het ouders en kinderen mogelijk te maken om te kiezen voor thuisonderwijs. Er was volgens het CDA geen sprake van een duidelijke behoefte aan thuisonderwijs, omdat Nederland een zeer pluriform en betaalbaar onderwijs biedt. De afstanden in Nederland zijn ook makkelijk te overbruggen. D66 sloot zich bij het laatste argument aan. Ook vond de partij dat er eerst een waterdichte controle moet komen; hetgeen erg veel geld gaat kosten. De PvdA vond dat het de taak van scholen is om kinderen te leren omgaan met de verschillen in de samenleving. De VVD zou zich niet op voorhand verzetten tegen een wetswijziging die thuisonderwijs mogelijk maakt. De partij meende dat kennisoverdracht de kerntaak van scholen is, maar dat in de persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke toerusting van kinderen ook buiten de schoolomgeving kan worden voorzien.
De scriptie van Wakelkamp is zes jaar oud, maar de partijen zijn in de tussentijd niet erg van mening veranderd, zo weet Peter van Zuidam. Hij is thuisonderwijs-vader en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor thuisonderwijs. Van Zuidam heeft zich uitvoerig in de materie verdiept. "Onlangs heb ik thuisonderwijs aangekaart bij Arie Slob van de ChristenUnie", vertelt hij. Slob's reactie op thuisonderwijs verscheen daags later in diens internetdagboek: 'In ons land zijn we dit niet zo gewend. Ik sluit niet uit, dat we in de toekomst nog eens verder zullen moeten spreken over dit onderwerp'.
Henk Blok heeft ook de indruk dat de politiek niet echt geÔnteresseerd is in thuisonderwijs. "Ik heb alle partijen een keer mijn onderzoekresultaten toegestuurd. Ik kreeg alleen van D66 een reactie. Uiteindelijk bleken ook zij geen enkele belangstelling te hebben."

Desnoods emigreren
Binnen de Europese Unie maken alle landen voorlopig nog zelf hun onderwijswetten. De EU heeft geen overkoepelende regels en voorlopig, zo meldt de Europese woordvoerder van Onderwijs, komen die er ook nog niet. Het Europees recht maakt thuisonderwijs niet op voorhand onmogelijk, zo blijkt uit uitspraken van het Europese Hof, de Europese Commissie en de Hoge Raad. Veel thuisonderwijs-ouders beroepen zich op het handvest van de Verenigde Naties, waarin staat dat ouders het recht hebben hun kind het onderwijs te geven waar ze zelf achter kunnen staan.
Op de vraag, wat hij bereid is te doen om zijn kinderen thuis te blijven onderwijzen, antwoordt Peter: "Als het moet, emigreren we. We hebben een rijke keuze aan landen tot onze beschikking." Zijn vrouw valt hem bij. Zij is zelfs bereid om gevangenisstraf te riskeren. Ook Inanna en Simone geven aan dat ze niet van plan zijn hun kinderen naar school te sturen. "Hoe ver ik bereid ben te gaan voor het geluk van mijn kinderen? Heel ver." Simone antwoordt vastberaden. "Als we geen toestemming krijgen, verhuizen we naar het buitenland. Want in onder andere Frankrijk en BelgiŽ is thuisonderwijs wel toegestaan."

Vrijstelling
Ouders kunnen op drie gronden bezwaar maken tegen de inschrijfplicht. In de leerplichtwet staat onder artikel 5.a dat kinderen vrijstelling kunnen krijgen als ze lichamelijk of psychisch niet in staat zijn om normaal onderwijs te volgen. Op grond van artikel 5.b kan beroep op vrijstelling van de inschrijfplicht worden gedaan, als de ouders van het kind bezwaar maken tegen de richting van het onderwijs op alle scholen binnen redelijke afstand van de woning. Artikel 5.c ontslaat ouders van inschrijvingsplicht op een school in Nederland, als hun kind op een school in het buitenland staat ingeschreven en deze ook daadwerkelijk bezoekt. Ook is er een wet voor de partiŽle leerplicht.
Buiten deze regels zitten er nog veel haken en ogen aan de leerplichtwet. Zo moeten ouders het beroep op de vrijstelling van de inschrijfplicht minstens een maand voordat het kind leerplichtig wordt, bij de gemeente indienen. Als de ouders eenmaal gebruik hebben gemaakt van het recht op vrijstelling, moeten ze elk jaar voor 1 juli een beroep bij de gemeente indienen. In de praktijk vervalt de mogelijkheid van vrijstelling voor een kind dat al op school is geweest.
Het totaal aantal kinderen dat in Nederland op de basisschool zit, is 1,6 miljoen. Als we de cijfers van de afgelopen jaren erbij pakken, blijkt dat vrijstelling slechts op kleine schaal werd toegekend. Op grond van artikel 5.a (geestelijk of lichamelijk niet in staat) is de ontheffing van de leerplicht de laatste jaren geaccepteerd voor 1500 tot 2000 kinderen. Artikel 5.b (bezwaar tegen de richting) werd de laatste drie jaar tussen de 100 en 120 keer genoemd als wettelijke grond voor acceptatie van bezwaar.

© 2010
het Onderwijsblad .
Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij Het Onderwijsblad, columnisten of freelance medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledigde overname, herpublicatie of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur (onderwijsblad@aob.nl). Indien het gaat om artikelen van freelance medewerkers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.