![]() ![]() | |||||||||||||
In Australië krijgen leraren waar in de wintermaand juni de temperatuur onder nul zakt een extra premie. Wie kiest voor een eenzame post op het droge platteland, ontvangt een outback-bonus. Simpelweg omdat er anders geen leraar bereid is om de zon voor de kou te verruilen of om in de woestijn te gaan werken. Econoom Ib Waterreus pleit in Nederland voor een fulltimers-bonus om meer mensen voor de klas te krijgen. Nederlandse leraren verdienen internationaal gezien heel behoorlijk. Maar in al die vergelijkingen wordt het bonussysteem, dat bijna overal ter wereld bestaat, niet meegerekend. En het kan om forse bedragen gaan. Gemiddeld liggen de bonussen in de geïndustrialiseerde wereld op tien tot twintig procent boven het normale cao-loon van leraren. Dat tikt lekker aan. Onderzoeker Ib Waterreus - werkzaam op de faculteiten economie en onderwijskunde van de Universiteit van Amsterdam - reisde het afgelopen jaar de wereld rond om te bekijken hoe leraren worden beloond en wat de effecten daarvan zijn op de aantrekkingskracht van het beroep. Volgend jaar rondt hij zijn promotieonderzoek over dit onderwerp af. Hij nam uit het buitenland een aantal interessante trends mee. Vrijwel alle landen worstelen met tekorten, en bonussen kunnen ook voor Nederland een middel zijn om de aantrekkingskracht te verbeteren. Waterreus oppert een aantal ideeën: een diplomabonus voor academici, een fulltimebonus voor mensen die besluiten om langer te gaan werken en een premie voor mensen die op achterstandsscholen willen werken. Valse verwachtingen "Op dit moment is voor academici het onderwijs eigenlijk niet interessant. Vrijwel overal elders kunnen zij meer verdienen, dus kan een diplomabonus voor academici helpen om meer mensen aan te trekken", stelt Waterreus. "Er wordt wel gesuggereerd dat in het huidige systeem schaal 12 vooral bedoeld is voor academici. In internationale vergelijkingen wordt ook dat salaris door OCenW gehanteerd als norm voor het upper secondary onderwijs. Maar de realiteit is een andere. Vrijwel alle leraren beginnen in schaal 10 en veel blijven daar ook in hangen. Het opvoeren van schaal 12 als mogelijkheid schept dus valse verwachtingen. Wil je meer academici in het onderwijs hebben, moet je daar iets tegenover stellen." Daarnaast kennen veel landen regionale toeslagen. In Frankrijk zijn die er zowel voor afgelegen plattelandsgebieden als voor de grote steden. Leraren met drie kinderen of meer kunnen ook nog eens op een forse baarbonus rekenen die bijna 500 gulden en acht procent van het salaris bedraagt. Waterreus voelt wel iets voor een fulltimerstoeslag. Werken in het onderwijs is in vergelijking met andere sectoren voor parttimers erg aantrekkelijk. Een deeltijdbaan in het bedrijfsleven heeft vaak gevolgen voor de carrière- en salarissprongen. In het onderwijs niet. Maar voor fulltimers slaat de balans de andere kant op, dan valt er weer meer te halen in het bedrijfsleven aan extraatjes. Daarom zou het stimuleren van fulltime werken wel eens effectief kunnen zijn om in tijden van het lerarentekort de klassen bemand te houden. "Zo'n bonus is zeven keer effectiever qua investering dan een algehele loonsverhoging. In het voortgezet onderwijs werkt een derde van de mensen in deeltijd, als je vijf procent meer biedt als zij fulltime gaan werken zal dat voor een flink aantal mensen een stimulans zijn." Bonussen hebben volgens Waterreus als aantrekkelijkheid dat je meer kan doen met minder middelen. "Je kan het gebruiken om mensen voor tekortvakken te vinden als klassieke talen of wiskunde. Maar je kan het ook gebruiken voor achterstandsscholen. Ook al zouden leraren liever een structurele verhoging willen, voor veel vakbonden in het buitenland is het een heel normaal verschijnsel. Alleen in Nederland lijkt het taboe." Schipbreuk Wat volgens Ib Waterreus niet werkt is individuele prestatiebeloning - populair in managementkringen - om het carrièreverloop van leraren te prikkelen. Allerlei landen hebben daar mee geëxperimenteerd en alle vormen lijden min of meer schipbreuk. In Frankrijk bijvoorbeeld hangt promotie op basis van prestaties af van een beoordeling van de inspectie. Alleen zijn er zoveel leraren, zoveel criteria en zoveel procedures dat veel leraren al tien jaar wachten op die beoordeling en dus op hun prestatiebonus. In Engeland was de beoordeling neergelegd bij de directie. Gevolg: 95 procent van de leraren die in aanmerking kan komen voor een prestatieprikkel, heeft die ook gekregen. Dat lijkt toch meer op een algemene loonsverhoging, waarvan de uitvoering eenvoudiger en goedkoper is. "Steeds weer blijkt individuele prestatiebeloning veel bureaucratie met zich mee te brengen", constateert Waterreus. "Ik zou zeggen: je moet daar niet mee beginnen." Hij voelt meer voor 'teambeloning' voor scholen die goede prestaties leveren. Het meten van die prestaties is misschien wel lastig, maar een experiment met het belonen van een hele school zou de moeite waard zijn. AOb wil taskforce in strijd tegen lerarentekort Ook al zet het ministerie van Onderwijs alle zeilen bij, het ziet er voorlopig niet naar uit dat het lerarentekort met de plannen uit Maatwerk III de komende jaren opgelost kan worden. Integendeel, uit cijfers die Het Onderwijsblad eind vorig jaar publiceerde, stevent vooral het voortgezet onderwijs af op een jarenlang tekort van duizenden mensen. De AOb pleitte al eerder voor een 'bovendepartementale taskforce' die onorthodoxe maatregelen gaat uitbroeden en invoeren. Dat pleidooi is door alle vakcentrales overgenomen. Zij vragen aan het ministerie om de komende vijf jaar samen met andere departementen - Financiën, Sociale Zaken, Economische Zaken - te komen tot een samenhangend totaalpakket om het lerarentekort effectief aan te pakken. De AOb heeft samen met de Abvakabo een groot aantal ideeën geleverd waarmee zo'n taskforce aan de slag zou kunnen gaan. Dat varieert van meer leraren zoeken, betere werkomstandigheden tot aan langer werken door zittende leraren. Het gaat dan om het verzilveren van de arbeidstijdverkorting en langer doorwerken van ouderen. Dat laatste lijkt een doorbraak in de huidige discussie. "Maar, zo benadruk ik nog maar eens, het gaat ons om een totaalpakket", zegt AOb-bestuurder Gerrit Stemerding stellig. "Het is natuurlijk niet de bedoeling dat het ministerie vrolijk de adv eruit pikt en verder niets doet." Voor Stemerding is wel duidelijk dat er iets moet gaan gebeuren. "De kwaliteit van het onderwijs staat zwaar onder druk en dat kunnen wij als vertegenwoordigers van de beroepsgroep niet langs ons heen laten gaan." Voorstellen voor het totaalpakket van de AOb en Abvakabo zijn: * Studenten aan pabo en lerarenopleiding voortgezet onderwijs storten hun collegegeld in een spaarfonds en krijgen dat na vijf jaar werken in het onderwijs met rente uitgekeerd * Studenten op die opleidingen krijgen een studieloon: ze werken en studeren, maar worden fulltime uitbetaald * Wie een studieschuld heeft, krijgt voor elk jaar werken in het onderwijs een deel kwijtgescholden * In- en doorstroombanen (Melkertbaners) worden omgezet in echte ondersteunende functies in het onderwijs, de subsidie verhuist van Sociale Zaken naar het OCenW-budget * Detachering van mensen uit het bedrijfsleven naar het onderwijs wordt fiscaal aantrekkelijk gemaakt * Leraren krijgen korting op een hypotheek als zij tenminste tien jaar in het onderwijs gaan werken * Leraren kunnen langer voor de klas staan door of de normjaartaak voor een tijdelijke periode van bijvoorbeeld vijf jaar te verlengen of door af te zien van adv. In ruil hiervoor krijgen leraren die dat willen geen 8,25 procent vakantiegeld maar 18,25 procent Mensen die gebruik kunnen maken van regelingen om vervroegd uit te treden (bapo of sop) krijgen een premie als ze doorwerken * Als alle plannen niet werken, zal toch gekeken moeten worden naar een vorm van sociale dienstplicht, wat betekent dat iedere Nederlander minimaal twee jaar werkt in een van de sectoren onderwijs, zorg of veiligheid.
© 2010 | |||||||||||||