Wat u moet weten over de cao-mbo 2016-2017

Er ligt een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao-mbo op tafel. Wat moet u daarover weten? Lees het in de veelgestelde vragen hieronder of kom naar één van onze informatiebijeenkomsten in het land.

Wanneer wordt het onderhandelaarsakkoord een cao-akkoord?
De sectorraad middelbaar beroepsonderwijs van de AOb heeft het laatste woord. In de vergadering van 29 juni 2016 zal de raad al dan niet instemmen met het akkoord. 
 
Waarom en wanneer zijn er bijeenkomsten in de regio?

De AOb wil alle leden informeren over de inhoud van het onderhandelaarsakkoord. Daarom houdt de AOb in de regio meerdere informatiebijeenkomsten, zoals in Eindhoven, Groningen en Utrecht. Wilt u meer informatie? Kom dan naar een informatiebijeenkomst. Via deze link vindt u alle tijdstippen en locaties en kunt u zich aanmelden.

Wordt er een peiling onder AOb-leden gehouden?
De AOb voert van 14 juni tot en met 28 juni 2016 een peiling uit onder de leden in het middelbaar beroepsonderwijs over het akkoord. U ontvangt via uw mailadres een nieuwsbrief die u toegang geeft tot deelname aan de peiling.
 
Wanneer gaat de cao in?
De cao middelbaar beroepsonderwijs gaat in op 1 juli 2016 en loopt tot 1 oktober 2017.

De vorige cao liep van 1 augustus 2014 tot 1 juli 2015. De onderhandelingen over een nieuwe cao duurden lang omdat er zowel over de loonparagraaf als over de werkloosheidsregeling geen overeenstemming kon worden bereikt. Tijdens de onderhandelingen is in juli 2015 een ‘bovensectoraal akkoord’ gesloten met daarin afspraken over salarisverhogingen voor overheids- en onderwijspersoneel. Die afspraken zijn nu volledig in de cao verwerkt. Daarna moesten nog afspraken worden gemaakt over de werkloosheidsregeling, de bindingstoelage en een regeling voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor zij-instromers in de functie van docent.  

  • LOON

Hoeveel loonsverhoging krijg ik?
De lonen worden in 2015 en 2016 structureel met 5,05 procent verhoogd. In 2015 gaat het over 2,05 procent en in 2016 over 3 procent. In 2015 is een eenmalige uitkering verstrekt van 500 euro bruto. In april 2017 wordt opnieuw een eenmalige uitkering verstrekt van 500 euro bij een voltijdbaan. Voor parttimers geldt dit naar rato. Deze uitkering is pensioengevend.  
 
Wanneer en hoe wordt de loonsverhoging uitbetaald?

De loonsverhogingen over 2015 en de eenmalige uitkering zijn in november of december 2015 al uitbetaald. Er was toen nog geen cao, maar de werkgevers hebben deze verhogingen wel uitbetaald.

In de maand september zie je de effecten van de verhoging over 2016 op de salarisstrook. In die maand krijg je de 3 procent loonsverhoging vanaf 1 juli 2016 en ook het bedrag dat je zou hebben gehad als de salarissen al vanaf 1 januari 2016 zouden zijn aangepast. (Een eenmalige uitkering die gelijk is aan het bedrag dat van 1 januari t/m 30 juni 2016 zou zijn uitbetaald ware de 3 procent structureel vanaf 1 januari verwerkt). Deze verhogingen werken door in de vakantie- en eindejaarsuitkering en zijn pensioengevend.

De eenmalige uitkering van 500 euro bij een voltijdbaan ontvangt het personeel in april 2017 en is pensioengevend.

  • ONTSLAG EN SOCIALE ZEKERHEID

Wat is de reden voor de gemaakte afspraken?
Vorig jaar is de Wet werk en zekerheid (Wwz) ingevoerd. Die wet heeft tot gevolg dat de WW (de Werkloosheidswet; die geldt voor zowel werknemers in de markt als overheid en onderwijs) is gewijzigd. De maximale duur van de uitkering werd van maximaal 38 maanden verlaagd naar maximaal 24 maanden. Daarnaast bouw je als werknemer ook minder snel rechten op een uitkering op. Omdat de WW de basis is voor de werkloosheidsregeling in het middelbaar beroepsonderwijs, dit heet de BWR, moest de BWR worden aangepast.

Daarnaast werd door de Wwz ook de transitievergoeding van toepassing. De transitievergoeding is een wettelijk vastgelegd recht op een geldbedrag op basis van het aantal dienstjaren dat iemand bij een werkgever heeft gewerkt. Tot slot was het voor de AOb van groot belang dat nog meer dan nu het geval is, aandacht wordt besteed aan het voorkomen van werkloosheid.
 
Hoe zit de werkloosheidsregeling in het middelbaar beroepsonderwijs in elkaar?
De basis voor de regeling (BWR) is de Werkloosheidswet. De BWR regelt vervolgens twee soorten uitkeringen: een aanvullende en een aansluitende uitkering. Een aanvullende uitkering betreft – het woord zegt het al- een aanvulling op de WW-uitkering. Een aansluitende uitkering wordt –mits je aan bepaalde voorwaarden voldoet- toegekend als de WW-uitkering is afgelopen. De voorwaarden hebben te maken met de leeftijd bij het ontstaan van werkloosheid en met het aantal dienstjaren in het onderwijs.
 
Wat is afgesproken over de werkloosheidsregelingen?

Allereerst is de verslechtering van de WW 'gerepareerd'. Dat betekent dat de maximale duur en opbouw van de WW in het middelbaar beroepsonderwijs ongewijzigd is en dus 38 maanden blijft. Ook geldt de transitievergoeding. In verband daarmee is de systematiek van de regeling aangepast. Dit leidt tot een versobering van de bovenwettelijke en aansluitende uitkering. 
 
Wat is een transitievergoeding?
De transitievergoeding geldt bij ontslag op initiatief van de werkgever. Wanneer een werknemer 2 jaar of langer in dienst is geweest (dat kan ook een tijdelijk contract zijn) moet de vergoeding worden betaald. De transitievergoeding is bedoeld om de overstap naar ander werk makkelijker te maken en kan bijvoorbeeld voor scholing worden ingezet. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van twee onderdelen: het maandsalaris en het aantal dienstjaren bij de werkgever.

De vergoeding is maximaal 76 duizend euro of, als dit hoger is, één bruto jaarsalaris. Wilt u een indruk krijgen van de hoogte van de vergoeding? Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte daarvoor een handige rekentool. 
 
Wat betekenen de nieuwe afspraken uit het onderhandelaarsakkoord concreet?
Vanaf 1 juli 2016 geldt dat uw werkgever de wettelijke transitievergoeding uitbetaalt (zie voor meer uitleg hieronder). De BWR wordt hiervoor aangepast.

Aanvullende uitkering
Voor de aanvullende uitkering gelden in de nieuwe regeling nieuwe percentages.
In de nieuwe regeling krijgt een werknemer de eerste zes maanden een aanvulling tot 75 procent van het laatstverdiende loon, daarna ontstaat een recht van maximaal 18 maanden op een aanvulling van 70 procent van het laatstverdiende loon. Heeft een werknemer nog langer recht op een (door dit akkoord 'gerepareerde') WW-uitkering, dan blijft het recht op een aanvulling tot 70 procent van het laatstverdiende loon bestaan, zij het dat de aanvulling dan beperkt is tot 70 procent van het maximum van schaal 12/LD.

Aansluitende uitkering
Voor de aansluitende uitkering wordt de opbouw van de uitkering niet meer afhankelijk van de leeftijd. Per jaar diensttijd wordt een maand aansluitende uitkering opgebouwd. Een werknemer komt voor deze uitkering in aanmerking als hij 5 jaar in het onderwijs heeft gewerkt. De duur van de aansluitende uitkering wordt beperkt tot 34 maanden. De hoogte van de uitkering bedraagt 70 procent van het laatstverdiende loon met een maximum van Lc/schaal 11

In totaal kan een werknemer maximaal 38 maanden (de maximale WW-duur) krijgen (met een aanvulling) en daarna 34 maanden aansluitende uitkering. In totaal dus 72 maanden.

Voor werknemers die werkloos worden in de periode vanaf 10 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd en meer dan 15 jaar in het onderwijs hebben gewerkt, geldt een extra aansluitende uitkering. Die kan gebruikt worden om de periode tot AOW te overbruggen als de maximale WW-duur en aanvullende uitkering is verstreken. De hoogte bedraagt 70 procent van het laatstverdiende loon, maar is nooit hoger dan een bedrag gelijk aan 130 procent van het Wettelijk Minimumloon.

Ik heb al een BWR-uitkering, wat betekenen deze afspraken voor mij?
De rechten die je nu hebt, worden niet aangetast.
 
Is er een overgangsregeling?
Werknemers die op of na 1 juli 2016 worden ontslagen, kunnen gedurende de periode van vijf jaren in plaats van de nieuwe regeling kiezen voor de BWR regeling zoals hieronder beschreven.

De BWR-regeling die geldt tot 1 juli 2016 in de cao 2014-2015 voor middelbaar beroepsonderwijs wordt aangepast op twee punten. De eerste wijziging heeft te maken met de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Een aansluitende BWR-uitkering wordt nu betaald tot 65 jaar. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontstaat dan een gat: er is nog geen recht op een AOW-uitkering en de BWR-uitkering houdt op. De regeling van de aansluitende uitkering wordt hieraan aangepast naar AOW-gerechtigde leeftijd. Dit gebeurt door de leeftijdscohorten benoemd in de cao 2014-2015 in Bijlage G  in artikel 9 conform de wijzigingen in de AOW-leeftijd mee naar boven op te laten schuiven. 

De tweede wijziging houdt in dat de aanvullende uitkering wordt aangepast in percentages conform de nieuwe regeling. Dit heeft te maken met het herstel van de opbouw en de duur van de WW-uitkering. Kies je vanwege het overgangsrecht voor de aangepaste BWR tot 1 juli 2016 dat heb je geen recht op de transitievergoeding. 

Ik zal waarschijnlijk binnenkort ontslag krijgen. Welke regeling is van toepassing?
Als je op of na 1 juli 2016 wordt ontslagen, geldt de nieuwe regeling. Wel kun je, gebruikmaken van de overgangsregeling. Je kunt dan de keuze maken om gebruik te blijven maken van de (door dit akkoord aangepaste) regeling met transitievergoeding of kiezen voor de overgangsregeling. In dat geval krijg je geen transitievergoeding.
 
Hoe lang duurt de overgangsregeling?

Tot 1 juli 2021 kan je bij een eventueel ontslag kiezen tussen de nieuwe regeling of de aangepaste huidige regeling  tot 1 juli 2016. 
 
Wordt er ook pensioen opgebouwd tijdens de werkloosheidsuitkering?
Tijdens de gehele uitkeringsduur bouw je nog 37 ½ procent per jaar ABP-pensioen op. Hierin verandert niets, ook gedurende de oude BWR werd nog voor dit percentage pensioen opgebouwd.

  • BINDINGSTOELAGE

Wat is er afgesproken over de bindingstoelage en waarom?
Afgesproken is dat de bindingstoelage in de nieuwe cao middelbaar beroepsonderwijs niet langer meer zal worden toegekend voor nieuwe instroom. De bindingstoelage is destijds opgenomen in de cao 2009 ter compensatie voor diegenen die niet konden profiteren van de extra verkorte carrièrelijnen en het lineair maken van de salarislijnen.

Ondertussen heeft iedereen kunnen profiteren van alle salarismaatregelen. De bindingstoelage heeft zijn compenserende werking gehad. Docenten die vanaf 1 augustus de bindingstoelage zou worden toegekend zouden dubbel profiteren (zij hebben namelijk al voordeel gehad van het inkorten van de salarislijnen en de verhoging van de salarislijnen door het lineair maken).

Bovendien was de afspraak dat de bindingstoelage zou blijven bestaan zolang er sprake was bepaalde docenten nog recht hadden op compensatie. De vakbonden hebben woord gehouden aan de afspraak van toentertijd. Hierdoor zal de bindingstoelage niet langer meer worden toegekend.      

Wat betekent dit voor mijn huidige bindingstoelage?
Indien de bindingstoelage aan u is toegekend de afgelopen jaren dan behoudt u gewoon de bindingstoelage als salariscomponent.

  • TIJDELIJKE CONTRACTEN

Zijn er afspraken gemaakt over de tijdelijke (flexibele) benoemingen?
Ja, maar zeer beperkt. Bij tijdelijke benoemingen is de Wet werk en zekerheid en de ketenbepaling (maximaal 3 contracten in 2 jaar) onverkort van toepassing.

Een uitzondering geldt voor de zij-instromers in de functie docent. Deze zij-instromer beschikt nog niet over het pedagogisch didactisch getuigschrift (PDG) of een diploma van de lerarenopleiding en kan alleen worden benoemd bij wet met tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Uitsluitend door persoonsgebonden omstandigheden of door opleiding gerelateerde redenen kan verlenging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten plaatsvinden na twee jaar.

Hiervoor geldt:

  • Eén verlenging van nog 1 jaar voor het behalen van de PDG.
  • Eén verlenging van maximaal 2x 1 jaar voor de verkorte lerarenopleiding. 

Ook is de afspraak met de werkgeversorganisatie MBO-raad gemaakt, dat de komende periode werk wordt gemaakt van het invoeren van een duaal traject van werken en leren.

Lees hieronder het hele onderhandelaarsakkoord cao-mbo 2016-2017 met alle afspraken.

maak site favoriet

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl en zijn subdomeinen plaatsen cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren